25 jaar Zorgring: “Pas toen we vanuit die inwoner gingen kijken, voelde iedereen hoe urgent het was.”
In onze jubileumreeks ‘25 jaar Zorgring’ spreken we mensen die de regionale samenwerking in Noord-Holland van dichtbij kennen. Dit keer Sabya van Elswijk, partner en senior adviseur bij adviesbureau Common Eye. Al ruim acht jaar is zij betrokken bij samenwerkingsvraagstukken in de regio en werkt zij nauw samen met Zorgring. Volgens haar zit de kracht van samenwerken niet in steeds nieuwe projecten bedenken, maar juist in het versterken van de verbindingen die er al zijn. “Je moet eerst begrijpen wat er in een regio gebeurt, voordat je bedenkt wat er nog bij moet.”
Samenwerken vanuit een gedeelde noodzaak
Als antropoloog, socioloog en organisatieadviseur kijkt Sabya met een brede blik naar de zorg. Ze werkte jarenlang aan verbetertrajecten in de langdurige zorg en onderzocht in verschillende landen, van Brazilië tot Cambodja, hoe mensen ouder worden en voor elkaar zorgen. De afgelopen jaren richt zij zich vooral op regionale samenwerking. Ook doet zij promotieonderzoek naar hoe samenwerking in de dagelijkse praktijk van zorg vorm krijgt.
Haar betrokkenheid bij Noord-Holland begon met het programma Leren is werken, werken is leren. Zorgorganisaties stonden voor een gezamenlijke uitdaging: er waren meer medewerkers nodig, maar de ruimte om nieuwe mensen op te leiden ontbrak. Door professionals en organisaties met elkaar te verbinden, ontstonden nieuwe mogelijkheden.
“Daar is mijn samenwerkingshart echt gegroeid. Je merkt dat sommige vraagstukken simpelweg te groot zijn om als organisatie alleen op te lossen.” Naast de zorgpartners is ook de aansluiting van opleidingsorganisaties bijvoorbeeld essentieel.
Dat besef is volgens haar de belangrijkste voorwaarde voor succesvolle samenwerking. “Het begint vaak met een moment waarop organisaties voelen: dit kunnen we niet meer alleen. Dat is geen theoretisch verhaal, maar een echte noodzaak. Soms zie je pas vijf of tien jaar later wat zo’n gezamenlijk vertrekpunt heeft opgeleverd.”
De patiënt/inwoner laat zien waar samenwerking nodig is
Een voorbeeld uit de regio maakt duidelijk waarom die samenwerking zo belangrijk is. Enkele jaren geleden werd onderzocht hoe patiëntinformatie werd overgedragen wanneer iemand zorg ontving van verschillende organisaties.
Daarbij werd niet vanuit het ziekenhuis, de huisarts of de zorgorganisatie gekeken, maar vanuit de reis die een patiënt door de zorg maakt.
“Toen zagen we dat mensen soms zelf met informatie van het ziekenhuis naar de huisarts of een andere zorgorganisatie moesten. Er ging informatie verloren en zorgprofessionals moesten ontzettend veel moeite doen om de juiste gegevens te krijgen.”
De uitkomsten maakten indruk. Wat voor iedere afzonderlijke organisatie misschien een klein onderdeel van het zorgproces leek, bleek vanuit het perspectief van de patiënt een groot probleem.
“Pas toen we vanuit die inwoner gingen kijken, voelde iedereen hoe urgent het was. Maar om het op te lossen, moesten heel veel verschillende organisaties hun werkwijze aanpassen.”
Daar ziet Sabya een belangrijke rol voor Zorgring. Door partijen bij elkaar te brengen, de gezamenlijke opgave zichtbaar te maken en vervolgens te helpen om daadwerkelijk stappen te zetten.
Samenwerken gebeurt al, ook zonder projectplan
Volgens Sabya maken we bij regionale samenwerking nog weleens de denkfout dat samenwerking pas begint wanneer bestuurders afspraken maken of een nieuw programma starten.
“Maar zorgprofessionals werken iedere dag al samen. In een wijk zoeken mensen elkaar op omdat ze elkaar nodig hebben. Ook inwoners, familieleden en vrijwilligers maken deel uit van die samenwerking.”
Ze spreekt daarom graag over het samenwerkingsweefsel van een regio: alle bestaande contacten, relaties en afspraken tussen mensen en organisaties.
“Voordat je een nieuw project begint, moet je eigenlijk eerst kijken welk weefsel er al is. Welke mensen kennen elkaar? Wat werkt er goed? En hoe kunnen we dat versterken?”
Die manier van kijken vraagt volgens haar iets anders dan het bedenken van een plan aan de bestuurstafel en dat vervolgens uitrollen. Het vraagt nieuwsgierigheid naar de dagelijkse praktijk en ruimte voor verschillende perspectieven.
“Je kunt bijvoorbeeld eerst drie mensen uit de praktijk uitnodigen en daarna pas met bestuurders bespreken hoe je hun samenwerking verder kunt helpen.”
Daarmee voorkom je dat zorgprofessionals telkens met nieuwe, losstaande projecten te maken krijgen. “Voor hen moet het uiteindelijk één logisch geheel vormen. Iets wat helpt in hun dagelijkse werk, in plaats van iets wat er weer bovenop komt.”
Van losse initiatieven naar een sterke regio
Toen Sabya ruim acht jaar geleden betrokken raakte bij regionale samenwerkingsprogramma’s, liepen er tientallen projecten naast elkaar. Verschillende organisaties werkten aan vergelijkbare vraagstukken, bijvoorbeeld rond arbeidsmarkt en digitalisering, zonder altijd van elkaars ervaringen af te weten.
Haar rol was om die verbindingen te leggen. Welke organisaties kunnen van elkaar leren? Waar lopen ze tegen dezelfde problemen aan? En wat kunnen ze voor elkaar betekenen?
“Het was soms bijna een relatiebemiddelingsbureau”, vertelt ze lachend. “Dan zag je dat organisaties met hetzelfde bezig waren en dacht je: misschien moeten jullie dit samen gaan oplossen.” Je gaat als het ware koppelen.
Daarbij gaat het volgens Sabya niet alleen om wat organisaties uit een samenwerking kunnen halen, maar ook om wat ze zelf kunnen brengen. “Kleinere organisaties lijken soms vooral iets te komen halen, maar kunnen juist ook veel bijdragen. Ze kunnen bijvoorbeeld sneller nieuwe oplossingen uitproberen of hebben een sterkere verbinding met inwoners en familieleden.”
Ook met Zorgring werkte ze nauw samen om signalen uit de praktijk te verbinden aan regionale digitaliseringsvraagstukken.
Wat haar betreft is het belangrijk dat zulke samenwerkingen niet afhankelijk blijven van tijdelijke projecten en subsidies. Juist het langdurig investeren in relaties, kennis en gezamenlijke voorzieningen maakt een regio sterker.
“Je wilt voorkomen dat er met veel enthousiasme iets wordt gestart en dat het daarna weer verdwijnt. De vraag is steeds: hoe zorgen we dat wat we ontwikkelen ook blijft bestaan en anderen ervan kunnen leren?”
Zorgring mag ook richting geven
In de afgelopen jaren heeft Sabya Zorgring zien doorgroeien tot een belangrijke verbindende partij in Noord-Holland.
“Wat ik mooi vind, is dat Zorgring verschillende rollen kan vervullen. Soms faciliteert de organisatie iets wat zorgaanbieders samen willen ontwikkelen. Maar soms is Zorgring juist degene die een ontwikkeling agendeert en zegt: hier moeten we als regio naartoe.”
Vooral bij digitalisering is die laatste rol volgens haar belangrijk. Gegevensuitwisseling vraagt om gezamenlijke keuzes die niet altijd voor iedere organisatie op korte termijn even aantrekkelijk zijn.
“Bij digitalisering werkt het vaak alleen als iedereen meedoet. Dat betekent dat je soms keuzes moet maken die voor afzonderlijke organisaties spannend zijn.”
Sabya ziet daarin ook een volgende stap voor de regionale samenwerking. Niet alleen gezamenlijk besluiten nemen, maar elkaar ook helpen wanneer die besluiten voor bepaalde organisaties extra inspanning of kosten met zich meebrengen.
“Kunnen we als netwerk ook verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van zo’n gezamenlijke keuze? Dat vind ik een belangrijke vraag voor de toekomst.”
Daarnaast blijft de kennisfunctie van Zorgring volgens haar onmisbaar. Door deskundigheid te bundelen, professionals met elkaar te verbinden en ook kleinere organisaties toegang te geven tot kennis die zij niet allemaal zelf in huis hebben.
Een regio van doeners
Wat Sabya bijzonder vindt aan Noord-Holland, is de mentaliteit.
“Dit is echt een regio van doeners. Mensen die niet alleen praten over wat er moet gebeuren, maar het ook daadwerkelijk gaan doen. Dat zie ik bij Zorgring heel mooi terug. Daar mogen we misschien nog wel wat trotser op zijn.”
En als ze tien jaar vooruitkijkt? Dan hoopt ze vooral dat regionale samenwerking het leven eenvoudiger heeft gemaakt voor mensen die zorg nodig hebben én voor degenen die zorg verlenen.
“Digitalisering kan daarbij enorm helpen, maar op dit moment maakt het dingen soms ook ingewikkelder. Ik hoop dat we het zo organiseren dat technologie echt ondersteunt en mensen meer regie en keuzevrijheid geeft.”
Dat is volgens Sabya uiteindelijk waar samenwerking om draait. Niet om het aantal projecten, afspraken of systemen, maar om wat mensen er in de praktijk aan hebben.
“Ik hoop dat alles wat simpeler wordt voor de mensen die zorg nodig hebben en de mensen die die zorg aan elkaar willen geven.”